Gedachtes over wonen in een groep

door Herman op 06 December 2017

Net als bij een één-op-één relatie was ik in het begin ook echt verliefd op het leven in een groep. Je hoeft nooit alleen te zijn wanneer je dat niet wil, er zijn altijd leuke en interessante mensen om je heen, het is gewoon zo supergezellig! Alsof ik op een schoolreisje was dat maar niet ophield! In de eerste gemeenschap waar ik woonde, de Catholic Worker van Los Angeles, zat ik eigenlijk altijd in de woonkamer. Ik probeerde dan mensen te overtuigen om een bordspelletje te spelen, of las een boek. En als er iets gezamenlijks georganiseerd was was ik erbij. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een maaltijd, gebed, filmavond of discussiebijeenkomst miste. Ik vond eigenlijk alles en iedereen leuk!

Ik was helemaal verkocht. Toen ik het jaar daarop ging studeren in Utrecht zocht ik meteen een woongroepje, en het meest jammere vond ik eigenlijk dat we niet elke dag samen aten! Het jaar daarop stopte ik met die studie, en ging in de Catholic Worker Londen wonen. Nog steeds leuk! Maarja, die verliefdheid duurde niet eeuwig. Na een poosje in Londen begon het me op te vallen dat de vergaderingen soms best lang waren, en toen we op een gegeven moment weer eens met het hele team heel diep aan het praten waren over een diep conflict dat achteraf helemaal nergens over ging (iets over iemand die lelijke kerstballen op had gehangen in iemands lievelings-kerstboom, geloof ik) weet ik nog dat ik bedacht: ik ben helemaal niet van plan te trouwen met deze mensen, dus ik hóef helemaal niet alles met ze uit te praten. Die gedachte had ik toen denk ik voor het eerst, want het gaf me echt opluchting. Een non die toen een tijdje bij ons woonde verwoordde het nog mooier toen we stukken steen uit onze moestuin-aarde aan het halen waren. Ze zei: “Deze stenen zijn eigenlijk net als conflicten: De grote moeten eruit, anders kan er niets groeien, maar als je begint met kiezeltjes te zoeken blijf je aan de gang.”

Nog weer later, toen ik in Enschede woonde in De Wonne, een Franciscaans-geïnspireerde woongroep en opvangplek, begon het me pas echt op te vallen hoe irritant het eigenlijk is om samen te leven met allemaal mensen. Mensen zijn eigenlijk hele vervelende wezens. Mensen maken rommel en lawaai, net als je behoefte hebt aan rust. En als je eens gezellig zit te kletsen komt er zo’n zeurpiet vragen of het wat stiller kan. Mensen eten al het lekkere eten op, zodat je de neiging krijgt er volgende keer nóg sneller bij te zijn als iemand iets lekkers meeneemt. (Iemand maakte de grap: “we moeten snel zijn, voor de egoïsten komen!”). Mensen maken dingen vies die je nodig hebt, en zijn al geërgerd als je eventjes je afwas laat staan terwijl je iets anders doet. Eigenlijk doen mensen precies alle irritante dingen die ik zelf ook doe, maar dan zijn ze met meer, dus is het nog veel irritanter!

En dat was dan misschien nog we het irritantste: dat ikzelf al die irritante dingen ook doe! Door zo intens samen te leven met anderen lukt het me vaak niet om mijn gezellige masker op te houden. Iemand vraagt om een kopje thee, en mijn eerste reactie is: “kun je er zelf niet bij?”, of een kind vraagt of ik met hem wil spelen, en ik zeg meteen dat hij iemand anders moet gaan zoeken. Ik kom mezelf op die manier elke dag tegen.

Maar ondertussen ben ik ook alweer een beetje gewend aan die lastige kant. En ik ben er zelfs van gaan genieten. Doordat het me toch niet lukt om de hele dag mijn gezellige masker op te houden probeer ik het soms al niet eens meer, en ik heb het gevoel dat contact daardoor ook oprechter kan worden, en de omgang met mijn huisgenoten minder uit de hoogte. Toen ik in de psychiatrie werkte als muziektherapeut kon ik net doen alsof ik alles op orde heb, een soort modelmens. Terwijl de cliënten veel echter waren, van vlees en bloed. Nu denk ik dat een deel daarvan ook is dat ik werkte op een plek waar de cliënten daadwerkelijk woonden, dus ze konden zichzelf nergens verstoppen, terwijl ik al mijn vervelende kanten lekker kan opsparen voor thuis, na vijven, als niemand het ziet. Doordat dat in het Noëlhuis niet kan, is het veel duidelijker dat we allemaal gebroken mensen zijn, en dat geeft ook een soort lotgenootschap.

En dan is er soms opeens ook nog zo’n moment waarop het echt oprecht gezellig is. Zoals het sinterklaasfeest laatst. Daar viel het me opeens op wat een bont gezelschap er in onze groep bij elkaar gewaaid was, van Eritrese ingenieurs, ex-monniken en radicale activisten tot aan Surinaamse kleuterleidsters, theologen en kleine wilde jongetjes. Als we dan samen uit volle borst zingen over de maan die door de bomen schijnt, dan voel ik nog steeds dat zelfde enthousiasme, en weet ik: eigenlijk ben ik nog steeds verliefd!

Wij hebben een droom van een wereld die mooier kan zijn. En dat kunnen en willen we niet alleen beginnen te leven. Doe je mee?

Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, willen we je het graag laten weten.

Zijn er dingen die wij absoluut moeten weten? Zou je ons over twee jaar willen helpen met klussen, de tuin inrichten, of anders willen helpen? Of wordt je warm van onze visie, en wil je eens kletsen? mail eens of kom langs!